zondag 28 oktober 2012

Nasi

Met wat aarzeling schrijf ik over nasi. Waarom? Omdat ik geen kenner van de Indonesische keuken ben (anders dan het met graagte naar binnen schuiven). Als ik nasi schrijf, dan bedoel ik eigenlijk nasi goreng: gebakken witte rijst met groenten en vlees, hoewel er natuurlijk ook duizenden vleesloze varianten zijn.

Wie afscheid neemt van koken met pakjes en zakjes en niet thuis is in de Oosterse keuken, heeft misschien moeite met het maken van nasi. Ik ook. Ik heb veel gexperimenteerd, kruidenmengsels gemaakt door ingrediënten bij elkaar te gooien die op de befaamde pakjes staan vermeld en goed geluisterd naar mijn Schatje die meer thuis is in deze keuken dan dat ik ben.

Dus hier komt mijn nasi. Niet de beste of meest originele nasi maar wel een nasi zonder pakjes of zakjes. De hoeveelheden zijn indicatief, vooral met de groenten en het vlees. Gooi er vooral door wat je lekker vindt in een hoeveelheid die je prettig vindt.

Voor 4 personen:
  • 300 gram gekookte witte rijst
  • 300 gram kipfilet in kleine blokjes
  • 1 el olie 
  • 1 rode peper of 2 thl sambal
  • 2 el ketjap (ik gebruik zoute ketjap)
  • 2 uien gesnipperd
  • 2 tenen knoflook
  • 1 klein stukje trassi (ongeveer 1 thl) (*)
  • ca. 400 gram heel fijn gesneden groenten (ik gebruik meestal prei, witte kool en soms ook taugé)
  • 1 thl gemalen koriander
  • 3 thl gemberpoeder
  • 1 thl serehpoeder
  • 1 thl koenjit (kurkuma)

(*) trassi is een garnalenmengsel dat wordt gebruikt als smaakmaker en vanwege de garnalen niet geschikt voor vegetariërs. Het is te koop in toko's en vaak ook in Turkse winkels. Het geeft een hele authentieke smaak aan je nasi. Wel stinkt het enorm! Verkruimel de trassi en bak het met de overige kruiden in olie. Negeer de verschrikkelijke lucht die er vanaf komt. Na een tijdje trekt dat weg en wat blijft is de heerlijke smaak.

Bereiding:
Kook de witte rijst af en laat goed afkoelen.
Snipper de ui, de knoflook en de peper. Hak de trassi fijn. Verwarm de olie in een wok of koekenpan en voeg de peper, ui, knoflook en trassi toe. Bak tot de geur van de trassi minder wordt op niet al te hoog vuur. Voeg dan de rest van de kruiden toe: serehpoeder, koriander, gemberpoeder, kurkuma en de kipfiletblokjes. Bak om en om tot de kipblokjes zijn dichtgeschroeid en voeg dan de fijngesneden groenten toe met de 2 eetlepels ketjap. Bak op hoog vuur tot de groenten gaar zijn maar nog wel redelijk knapperig. Voeg dan de rijst toe. Bak ook nu weer om en om.


Lekker met satésaus.

Let op zout toevoegen is niet nodig aangezien de trassi al bremzout is!
 
Opmerkingen:
  • Wil je een vegetarische variant, vervang dan de kipfilet bijvoorbeeld voor tofu of tempeh of een handje pinda's.
  • Ben je vegetariér, laat dan de trassi achterwege.
  • Ook lekker: hamblokjes en/of kleine garnaaltjes er door.
  • Veel mensen eten graag een in reepjes gesneden omelet bij de nasi. Omdat ik het meestal met kip maak, vind ik dat niet nodig maar het kan natuurlijk wel.
Mocht je nu denken: 'lekker hoor, maar ik heb geen trassi/serehpoeder/kurkuma in huis en wil dit helemaal niet kopen want ik kook weinig oosters'. Dat kan natuurlijk! Een mooi alternatief voor de veel te zoute kruidenmixen van K.norr of C.onimex is een nasi-kruidenmengsel te koop bij Turkse winkels. Voor ca. € 1 koop je heerlijke kruidenmengsels zonder zout of toegevoegde E-tjes.