woensdag 2 maart 2011

E-tjes, waarom zeur ik daar zo over?

Hier en daar ga ik wel eens tekeer over E’tjes in onze voeding. Ik probeer ze zo veel mogelijk te vermijden onder het mom van hoe minder erin zit hoe beter. Ik heb een heilige overtuiging dat voeding die zo min mogelijk bewerkt is, beter is voor je lichaam en vooral ook beter verteerd wordt en minder rotzooi achterlaat.

E’tjes zijn hulpstoffen die aan voeding worden toegevoegd om de smaak te verbeteren, het langer houdbaar te maken of de kleur wat op te leuken.  Er zijn: kleurstoffen, conserveermiddelen, bindmiddelen, verdikkingsmiddelen, smaakversterkers, antiklontermiddelen, rijsmiddelen, glansmiddelen, meelverbeteraars en dan zal ik er gerust nog een paar zijn vergeten.

Volgens de warenwet moet de inhoud van een product op het etiket worden vermeld. Ook E’tjes worden dus in de ingrediëntenlijst opgenomen, beginnend met E en volgend met het nummer dat verwijst naar welke hulpstof erin zit. Op basis van onderzoek is bepaald tot welke hoeveelheid een specifieke hulpstof veilig kan worden opgenomen door het menselijk lichaam en dat wordt aangeduid als ADI (aanvaardbare dagelijkse hoeveelheid). Een E’stof hoeft niet altijd een samengestelde chemische stof te zijn maar kan ook gewoon natuurlijk zijn, zoals bijvoorbeeld bietenrood, dat als kleurstof aan voeding (snoep) wordt toegevoegd.

Bij de normering van de ADI wordt helaas geen rekening gehouden met overgevoelige mensen, mensen met allergieën of systeemaandoeningen. De norm is een gezond persoon, klaar. Maar het is natuurlijk van te voren ook niet duidelijk in welke hoeveelheden een gemiddeld normaal gezond persoon eten consumeert met hulpstoffen. Ook is niet te voorzien in welke combinaties iemand eet. Want ook hulpstoffen kunnen in bepaalde combinaties op elkaar reageren en zo een onaanvaardbare hoeveelheid gaan vormen. Dus A is niet slecht en B ook niet maar bij elkaar wordt het een hoeveelheid die wel onaanvaardbaar is. Dit vraagt veel van het lichaam. Een 'gemiddeld' gezond persoon moet de hoeveelheid hulpstoffen wel kunnen afvoeren en het kan voorkomen dat dit opeens niet meer lukt.

Het afvoeren van hulpstoffen gebeurt door middel van ontgifting en onze nieren spelen daarbij een grote rol. Het ontgiften vraagt iets van je lichaam wat voorheen niet of veel minder werd gevraagd. Daarnaast wordt je lichaam (en geest) ook voortdurend geprikkeld door stress en oververmoeidheid, de effecten van suiker, vervuiling, straling, parfum, schoonmaakstoffen, chemische troep in verzorgingsproducten, toegevoegde antibiotica in vlees en zuivel. Kortom er hoopt zich een heleboel zooi op, die afgevoerd moet worden. Dat moet je lichaam dan maar net aankunnen.

Wat als je lichaam dit niet meer kan? Je wordt ziek, je voelt je beroerd, altijd moe, je krijgt allergische reacties en bij sommigen wordt dit zo extreem dat ze MCS ontwikkelen (overgevoeligheid voor stoffen en chemicaliën) of ME/CVS of autoimmuunaandoeningen. Natuurlijk is bij veel van deze ziekten de oorzaak nog niet voldoende bekend. Maar wat wel duidelijk is dat iets het systeem op hol doet slaan en dat het lichaam niet meer weet hoe zich te gedragen en te herstellen.

Ik wil geen  1 op 1 oorzaak-gevolg leggen tussen het nuttigen van E-tjes en ziek worden. Daarvoor ben ik te weinig bekend met het onderwerp. Bovendien schuiven sommige mensen van alles naar binnen en worden nooit ziek (net als dat verhaal van die oom die iedereen heeft die lachend bleef roken en 95 werd) en anderen vallen al slap neer na 2 regendruppels. Wat ik wel wil is je wijzen op de mogelijkheid om voedsel te kopen zonder toevoegingen.


Ik ben geen medicus maar heb wel wat gezond verstand. En dat heeft mij duidelijk gemaakt dat als het beter voor het milieu is om over te stappen op puur, dat dit ook zeker geldt voor mijn lichaam. Natuurlijk val je niet dood neer na het nuttigen van iets met een E’tje erin. Sommige E’tjes zijn zelfs nuttig en zijn van natuurlijke oorsprong. Want niet elk E’tje verwijst naar een chemische fabriek. We treffen ook in biologisch voedsel soms E-nummers aan. Geur- smaak- en kleurstoffen zijn verboden in biologische producten maar er is een lijst van wat wel is toegestaan.

Wat ik merkte toen ik erop ging letten, is dat er vaak best alternatieven zonder E’tjes te vinden zijn, ook in de gewone supermarkt. Lees gewoon altijd het etiket. Laat je informeren over wat er in zit. Als je twijfelt over een E-nummer, zoek op wat het is en wat het doet en trek je eigen conclusie. Maar laat je niet meer bedonderen door ambachtelijke koeken die 12 E’tjes bevatten. Kies dan voor die variant die er maar 1 bevat of geen of nog liever: bak zelf!

Meer weten? E=Eetbaar, dr. J. Kamsteeg